|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Pius XII, geboren als Eugenio Maria Giuseppe Giovanni Pacelli (Rome, 2 maart 1876 – Castel Gandolfo, 9 oktober 1958) was een Italiaanse paus van 1939 tot aan zijn dood. Na het begin van zijn pontificaat brak de Tweede Wereldoorlog uit, in de laatste jaren ervan dreigde het gevaar van de Koude Oorlog. Theologisch belangrijk was zijn plechtige definitie van het dogma van Maria-Tenhemelopneming met ziel en lichaam in 1950.
bewerk LoopbaanEugenio Pacelli was door zijn afkomst en zijn opleiding aan de Pontificia Accademia dei Nobili Ecclesiastici voorbestemd voor de pauselijke diplomatieke dienst. Nadat hij op 2 april 1899 tot priester werd gewijd, begon hij in 1901 als minutant op het staatssecretariaat. Drie jaar later werd hij de rechterhand van Pietro Gasparri, de latere staatssecretaris van Benedictus XV en Pius XI. Van 1909 tot 1914 doceerde hij bovendien aan de pauselijke diplomatenschool. bewerk DuitslandIn april 1917 werd hij benoemd tot nuntius aan het Beierse hof te München en tot bisschop gewijd op 13 mei 1917 door Paus Benedictus XV. In München maakte hij van nabij de communistische Radenopstand mee. Pacelli diende tussen 1920 en 1930 als pauselijke nuntius in Duitsland. Tijdens deze periode had hij een zeer groot aandeel aan de ‘Länderkonkordate’ die in die jaren werden afgesloten. bewerk Kardinaal en staatssecretarisOp 16 december 1929 werd hij benoemd tot kardinaal-priester, waarna hij het volgende jaar op 9 februari 1930 als opvolger van Gasparri staatssecretaris van Het Vaticaan werd en onder meer verantwoordelijk was voor het onderhouden van de diplomatieke relaties. Hiermee werd hij de tweede man in Rome. In deze functie sloot hij in nauw overleg met Ludwig Kaas en Franz von Papen op 20 juli 1933 een concordaat met de jonge nationaal-socialistische regering (= het Concordaat van Rome). Door dit verdrag was het mogelijk om het katholieke geloof in Duitsland op een ongestoorde manier te beleven. Achtereenvolgende Duitse regeringen hadden vanaf Otto von Bismarck de Katholieke Kerk in haar mogelijkheden beperkt. Maar de prijs was dat het Vaticaan Hitler's bewind erkende. Sterker nog door dat de Rooms-katholieke Centrum Partij (Deutsche Zentrumspartei) instemde met de zogenaamde toestemmingswet, werd het parlement buitenspel gezet en kon Hitler met onbeperkte macht gaan regeren. Een ander element uit dit verdrag was dat de benoemingen van aartsbisschoppen en bisschoppen pas gedaan mochten worden nadat de rijkskanselier ervan in kennis was gesteld en er geen bezwaren van algemeen politieke aard bestonden. Omdat de ware aard van Hitler toen nog niet voor iedereen duidelijk was, werd het verdrag in 1933 als een groot succes voor de Kerk gezien. Toen een aantal toezeggingen uit het concordaat al heel snel waardeloos bleek, opende Pacelli een diplomatiek offensief. bewerk Mit brennender SorgeIn 1937 kwam het met de encycliek Mit brennender Sorge tot openlijk protest tegen het bewind van Hitler. Pacelli had een belangrijk aandeel in het tot stand komen van deze encycliek. Deze was speciaal bedoeld voor de Kerk in Duitsland. De voorganger van Pius XII, paus Pius XI, sprak daarin zijn afkeuring van het nationaalsocialisme uit. Pacelli had ook invloed op de encycliek Divini Redemptoris van de toen al zieke Pius XI gericht tegen het communisme. bewerk Paus in oorlogstijdNa de dood van Paus Pius XI, werd Pacelli in een conclaaf dat slechts één dag duurde (2 maart 1939) tot Paus verkozen. Hij koos de naam van zijn directe voorganger, wat de afgelopen duizend jaar maar zo'n vijf keer is voorgekomen. Zijn pontificaat viel in de moeilijke oorlogsjaren van de Tweede Wereldoorlog. De keuze voor hem zou vooral ingegeven zijn door zijn diplomatieke kwaliteiten, die de Kerk in de toenmalige moeilijke internationale situatie van dienst konden zijn. Paus Pius' rol tijdens de oorlog wordt door velen gezien als controversieel, met name de vraag of de paus voldoende verzet bood tegen de jodenvervolging is sinds met name de jaren '60 het onderwerp van discussie onder historici, ethici en theologen.[1] In de praktijk had de keuze voor diplomatie zowel voor- als nadelen. De kudde was verward door de oorlogsperikelen. De diplomatieke herder sprak zich volgens sommigen in het openbaar niet duidelijk genoeg uit maar heeft in stilte wel opdracht gegeven om duizenden te helpen onderduiken. In 1941 antwoordde het Vaticaan op de vraag van het Vichy-regime: "of men kon instemmen met, onder Duitse druk geplande, anti-Joodse wetgeving": dat de Kerk "racisme veroordeelt, maar niet in kon gaan op specifieke wetgeving". De in Vichy-Frankrijk levende joden werden hierop uit alle openbare ambten geweerd en gedwongen de jodenster te dragen; deportaties volgden echter in 1942 en waren geen onderdeel van deze wetgeving. In zijn kerstrede van 1942 verwees Pius XII in bedekte termen naar de deportatie van Joden.[2] Dit tot woede van de Duitse diplomaten in Rome en van de Italiaanse fascisten. Hij veroordeeelde de vervolging van mensen "zonder enige schuld, alleen om redenen van nationaliteit of ras" door de nazi's . Volgend Reinhard Heydrich (RSHA) was de paus tot "spreekbuis van de joodse oorlogsmisdadigers" geworden. Daar waar Pius XII, volgens zijn critici, op dit punt verder als paus zweeg, werd er op het niveau van het episcopaat wel degelijk geprotesteerd (onder andere op 20 juli 1942 door het Nederlandse episcopaat) èn werd daar door vele gelovigen ook naar gehandeld. De Nederlandse bisschoppen verklaarden na 1945 uitdrukkelijk op aansporing van de paus te hebben gehandeld, die echter door de Duitse harde wraakacties tegen de Nederlandse katholieke Kerk bevreesd werd. Zo werden alle katholieke joden van Nederland nog eerder dan de niet-christelijke joden afgevoerd naar Westerbork en verder, als represaille voor het anti-nazistische herderlijk schrijven van 26 juli 1942 en het optreden van met name kardinaal De Jong. De speelruimte van de paus om al te openlijke uitspraken te doen was beperkt omdat Mussolini een trouwe bondgenoot was van Hitler. Een telegram aan koningin Wilhelmina van Nederland, de Belgische koning Leopold III en de Luxemburgse groothertogin Charlotte bij de Duitse invasie in Nederland leidde tot woedende reacties van Mussolini. Een belangrijk deel van de rooms-katholieke Kerk bevond zich immers in de door Duitsland bezette gebieden. Wraakacties tegen geestelijken waren niet denkbeeldig. Na de capitulatie van Italië werd Rome zelfs door de Duitsers bezet. Hitler en Goebbels zouden overwogen hebben om de paus te laten vermoorden. De enige mogelijkheid die Pius XII restte was om in het openbaar geen al te gewichtige uitspraken te doen, achter de schermen diplomatiek stappen te ondernemen en in individuele als collectieve gevallen proberen te helpen. Zo verstrekte de paus visa aan 3000 bekeerde joden zodat zij naar Brazilië konden emigreren. Maar 2000 daarvan werden later weer ingetrokken toen bleek dat het om schijnbekeringen ging. Volgens de getuigenis van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken in de tweede wereldoorlog Joachim von Ribbentrop, afgelegd tijdens de processen van Neurenberg, zou de paus regelmatig geprotesteerd hebben tegen de gang van zaken. Tegenover Franse diplomaten en geestelijken verklaarde de paus dat weliswaar de dreiging van het communisme reëel was, maar dat tijdens de oorlog de gewelddadigheid van het nationaalsocialisme gevaarlijker was en onmenselijker. In 1941 weigerde de paus de pro-Duitse anticommunistische vrijwilligerslegioenen de zegen te geven bij wat sommigen een "kruistocht tegen het bolsjewisme" noemden. bewerk De kritiek op Pius XIINa de oorlog, met name vanaf eind jaren '60, is van een aantal kanten kritiek geuit op de houding van Pius XII ten opzichte van machtsovername door Hitler in Duitsland voorafgaand aan en de jodenvervolging in europa tijdens de tweede wereld oorlog. Een eerste punt van kritiek betreft: Het afsluiten van het Concordaat van Rome met Duitsland in 1933. Voorafgaand aan het afsluiten van het Concordaat van Rome was Hitler op 23 maart 1933 door het zogenaamde Ermächtigungsgesetz van democratisch gekozen kanselier, een dictator met onbeperkte volmachten geworden. Het Ermächtigungsgesetz werd met de steun van de rooms-katholieke Deutsche Zentrumspartei onder leiding van de priester Ludwig Kaas door de Rijksdag aangenomen, onder beroep op een vermeende communistische samenzwering. Zonder de steun van de Zentrumpartei en andere Duits-nationale partijen had Hitler de vereiste 2/3 meerderheid niet gehaald. Ludwig Klaas was een persoonlijke vriend van Pius XII. Volgens Heinrich Brüning, lid van de fractie van de centrum partij was de Deutsche Zentrumspartei in ruil voor de steun aan het Ermächtigungsgesetz, het concordaat toegezegd. (Heinrich Brüning: Memoiren 1918-1934. Stuttgart 1970. 655f) Het concordaat is op 20 juli 1933 ondertekend door kardinaal Pacelli (latere Paus Pius XII) namens het Vaticaan en Franz von Papen, vice-kanselier van Duitsland, onder rijkskanselier Adolf Hitler (sinds 30 januari 1933). Door de ondertekening accepteerde het Vaticaan volgens critici dat Duitsland een dictatuur was geworden. Als gevolg van het concordaat werd, net als alle andere democratische politieke partijen, ook de Deutsche Zentrumspartei ontbonden. Als paus Pius XII ontnam Pacelli in 1939 echter de eretekens die de Heilige Stoel von Papen in 1933 had toegekend. Het tweede punt van kritiek is de houding van Pius XII ten opzichte van de Jodenvervolging tijdens de tweede wereldoorlog. Susan Zuccotti, beweert in haar boek Under His Very Windows The Vatican and the Holocaust in Italy dat de paus geen actief beleid zou hebben gevoerd om joden te helpen, maar op dit punt passief bleef. Acties om joden te helpen kwamen volgens haar van lokale geestelijken die op enkel eigen gezag joden hielpen als deze bij hen aanklopten. Ook door de Duitse toneelschrijver Rolf Hochhuth (Amen en Stellvertreter (1963) (vertaling: plaatsvervanger)) en de Engelse journalist John Cornwell (Hitler's Pope, 1999) wordt Paus Pius XII verweten dat hij zich niet duidelijk uitsprak tegen de jodenvervolging en ook geestelijken met een antisemitische houding niet voldoende zou hebben gecorrigeerd. In 2004 verklaarde Cornwell dat hij zijn visie op Pius XII enigszins gewijzigd had: “I would now argue, in the light of the debates and evidence following ‘Hitler's Pope', that Pius XII had so little scope of action that it is impossible to judge the motives for his silence during the war, while Rome was under the heel of Mussolini and later occupied by the Germans.”[3] Michael Phayer, stelt in The Catholic Church and the Holocaust, 1930-1965, dat Paus Pius XII in zijn anti-communistische houding en zijn langdurige verblijf in Duitsland het gevaar van het nationaal socialisme onderschatte. Guenter Lewy schrijft in zijn boek The Catholic Church and Nazi Germany, New York, 1964, dat Hiltler in zijn jeugd beïnvloed is door zijn omgeving die roomskatholiek en antisiemtisch was. Zijn conclusie luidt dat de paus en zijn adviseurs vanuit een vermeende lange antisemitische traditie binnen de rooms-katholieke kerk de nood van de joden niet met de vereiste urgentie en morele verontwaardiging hebben waargenomen. (Ze waren er plat gezegd blind voor.) Hij spreekt van een moeilijk te vermijden conclusie waarvoor geen bewijzen in de vorm van documenten zijn. One is inclined to conclude that the Pope and his advisers--influenced by the long tradition of moderate anti-Semitism so widely accepted in Vatican circles--did not view the plight of the Jews with a real sense of urgency and moral outrage. For this assertion no documentation is possible, but it is a conclusion difficult to avoid. Daniel Jonah Goldhagen noemt in zijn boek A Moral Reckoning (New York 2002) de actieve deelname van priesters aan de Jodenvervolging in Kroatië. Volgens Goldhagen heeft de Paus hiertegen nooit stelling genomen. Ook noemt hij de rol van de duitse katholieke Kerk die haar doopregisters opgestelde voor het naziregime, zodat bepaald kon worden wie jood was en wie niet. Hij vraagt zich verder af waarom de Paus na de oorlog in 1949 alle communisten, ook die communisten die nooit bloed hadden vergoten, excommuniceerde maar dat niet nodig vond voor de katholiek opgevoede Adolf Hitler of voor sommige andere nazi-oorlogsmisdadigers. Dirk Verhofstadt schrijft in zijn boek 'Pius XII en de vernietiging van de Joden' dat staatssecretaris Pacelli en latere paus Pius XII bijzonder goed op de hoogte zouden zijn geweest van de gruwelijkheden die zowel in het Derde Rijk als in de bezette gebieden tegen de Joden en andere groepen mensen gepleegd werden. Hij baseert zich daarvoor op documenten van het Vaticaan zelf die gebundeld werden in de Actes et Documents du Saint Siège. Een derde punt van kritiek is de rol van de katholieke kerk bij de vluchtroute, de zogenaamde rattenlijn, waarlangs vooraanstaande Nazi’s zoals Adolf Eichmann en Josef Mengele naar Zuid-Amerika konden vluchten. Volgens het boek van Ernst Klee Persilscheine und falsche Pässe. Wie die Kirchen den Nazis halfen. Fischer, Frankfurt 1991, werden door Alois Hudal, Titulaire bisschop en vertrouweling van Pius XII paspoorten aan nazi vluchtingen verstrekt. Niet duidelijk is in hoeverre Paus Pius XII hiervan op de hoogte was maar hij gaf Hudal wel vergaande bevoegdheden, waardoor hij formeel verantwoordelijk is. bewerk De verdedigers van Paus XIIIn zijn Pius XII verdedigende boek The Myth of Hitler's Pope (De Mythe van "Hitlers paus") schrijft rabbijn en historicus David Dalin echter dat de pausen doorheen de geschiedenis altijd de joden beschermd hebben, en weerlegt hij punt voor punt de aanklachten tegen Pius XII. Hij rekent af met de motivaties van de 'critici' en legt hun doelstellingen en gebrek aan bewijzen bloot. Vanwege zijn reddingswerk voor de joden van Europa, moet paus Pius XII in Yad Vashem geëerd worden, zegt Dalin. Over de critici zegt hij: "de anti-pauselijke tirades van ex-priesterstudenten zoals Garry Wills, John Cornwell en van ex-priesters als James Carroll en andere uitgetreden of kwade modernistische katholieken misbruiken de tragedie van het Joodse volk gedurende de Holocaust voor hun eigen politieke agenda die erin bestaat de Katholieke Kerk veranderingen op te leggen."[4] Het Amerikaanse tijdschrift "Inside the Vatican" zou ook informatie over paus Pius XII in handen hebben, die onthult dat deze "oorlogspaus" zich op persoonlijk niveau toch bemoeide met het lot van de Joden in Italië onder Mussolini. Het zou gaan om twee brieven van hem die hij in 1940 stuurde naar bisschop Giuseppe Palatucci van Campagna. In een concentratiekamp in Zuid-Italië werden door de nazi's Joden gevangen gehouden. Palatucci trok zich samen met zijn neef Giovanni, politiecommissaris van Fiume, het lot van deze mensen aan. De paus zou zijn bisschop tweemaal een aanzienlijke som overhandigd hebben voor het welzijn van deze gevangenen. Onder anderen de Joodse historici Pinchas E. Lapide[5] en Antonio Gaspari weerspraken de beschuldigingen dat het Vaticaan ingestemd zou hebben met de genocide op Joden en zigeuners. Lapide, geen vriend van het Vaticaan, acht Pius XII zelfs de enige autoriteit die echt actie ondernam ter bescherming van de Joden, hoewel voornamelijk in Hongarije, Slowakije en Italië. Lapide noemde een aantal van 700.000 a 850.000 Joden dat door de instellingen van het Vaticaan en haar diplomatieke vertegenwoordigingen ter plaatse (en kloosters) gered is. The pope was instrumental in saving at least 700,000 but probably as many as 860,000 Jews from certain death at Nazi hands. Lapide berekende dit aantal door het aantal niet katholieke joden af te trekken van het totale aantal Joden, dat de Holocaust overleefde. (Lapide, 1967, p. 269.) Bij zijn dood in 1958 verklaarden overtuigde Zionisten als Golda Meïr en anderen dat "de Joden een vriend verloren hadden (...) die op het cruciale moment in de geschiedenis zijn stem verhief tegen het verschrikkelijke onrecht"[6]. In 1945 bekeerde de opperrabbijn van Rome, Israel Zolli, zich tot het katholicisme en nam bij zijn doopsel in het Vaticaan de naam "Eugenio" aan als verwijzing naar Pius XII en diens optreden ten behoeve van de Joden. Volgens de Italiaanse krant La Stampa heeft het klooster Santi Quattro Coronati in Rome op bevel van Paus Pius XII onderdak verschaft aan Joden en politieke vluchtelingen[7]. Dat is gebleken uit een 60 jaar oud dagboek van een zuster Augustinesse die in dat klooster verbleef. De Italiaanse krant La Stampa heeft inzage in dat dagboek gehad. Dit bericht is gepubliceerd op NOS Teletekst van maandag 7 augustus 2006. Deze gegevens zijn overigens niet nieuw. Al in het kleine werkje "Het Vaticaan in de Tweede Wereldoorlog" van de vroegere Stichting Behoud Katholiek Leven, wordt er gewag gemaakt van het feit dat Pius XII de kloosters met een strenge clausuur verzocht om deze op te heffen, zodat er Joodse vluchtelingen konden onderduiken. Joodse onderduikers zaten in het zomerpaleis Castel Gandolfo en zelfs zijn er bronnen die melden dat er - met behulp van de Paus en zijn medewerkers - 7000 Joden in Vaticaanstad zaten ondergedoken.[bron?] bewerk International Catholic-Jewish Historical CommissionOm duidelijkheid te verschaffen over de exacte rol van Pius XII werd in 1999 de International Catholic-Jewish Historical Commission in gesteld, deze commissie bestond uit 3 RK en 3 Joodse geleerden. In oktober 2000 bracht deze commissie een voorlopig rapport, met 47 vragen uit die zij wenste te onderzoeken, uit: (The Vatican and the Holocaust: A Preliminary Report). Toen in 2001 bleek dat vertrouwelijke diplomatieke documenten door het vaticaan pas in 2012 vrijgegeven zouden worden besloot de commissie in goed onderling overleg haar werkzaamheden te beëindigen. bewerk Zijn pontificaat na de oorlogDe leer over de Kerk als Mystiek Lichaam van Christus kreeg een stimulans en een richtlijn in zijn encycliek Mystici corporis (29 juni 1943). De katholieke exegese kreeg grotere vrijheid door de encycliek Divino afflante Spiritu (30 september 1943). In zijn encycliek Humani generis (12 augustus 1950) pleitte hij voor het handhaven van de traditionele theologische taal en voor een interpretatie van de openbaringsbronnen onder toezicht van het kerkelijk leergezag. Op theologisch vlak nam hij vanaf 1950 sancties tegen docenten van de nouvelle théologie en op pastoraal vlak kwam er uiteindelijke een verbod van de priester-arbeiders (1953/1954). Op het gebied van de medische ethiek, een onderwerp dat Pius XII nauw ter harte lag, hield hij talrijke toespraken voor een vaak zeer verschillend gehoor. De missieactiviteit werd gesteund door een grote uitbreiding van het aantal inheemse bisschoppen en door de encyclieken Evangelii praecones (2 juni 1961) en, speciaal voor Afrika, Fidei donum (21 april 1957). Pius XII creëerde de eerste Chinese kardinaal (Thomas kardinaal Tien Ken-sin, S.V.D. in 1946). Een van zijn belangrijkste daden in het Heilig Jaar 1950 was de afkondiging van de apostolische constitutie Munificentissimus Deus waarin Pius de Tenhemelopneming van Maria als dogma fidei verkondigde (1 november 1950). Zowel de Katholieke Kerk als de Oosters-Orthodoxe Kerken hebben dit geloof van oudsher beleden, maar het was nog nooit formeel als een dogma geformuleerd. Hiermee onderstreepte Pius XII de sterke Maria-verering binnen de katholieke Kerk. Het was tevens de eerste pauselijke uitspraak "ex cathedra" sinds de formulering van het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid in 1870 tijdens het Eerste Vaticaans Concilie. Pius XII beleed ook zijn persoonlijke devotie voor Onze-Lieve-Vrouw van Fátima. Zijn laatste jaren waren getekend door ziekte. De heiligverklaring van Paus Pius X in 1954 vormde nog een duidelijk teken van Paus Pius XII tegen het steeds meer opspelende theologisch Modernisme[bron?], dat op het Tweede Vaticaans Concilie aanzienlijke overwinningen zou boeken op de traditionele scholastieke theologie en dogmatiek. bewerk Verering en mogelijke zaligverklaringVerering valt Pius XII tegenwoordig ten deel in het bijzonder in de traditionalistische stromingen binnen de Kerk. Tijdens het pontificaat van Paus Paulus VI werd zijn canonisatieproces ingezet en op 2 september 2000, tijdens het pontificaat van Paus Johannes-Paulus II, werd hij eerbiedwaardig verklaard. Op 9 oktober 2008, de vijftigste sterfdag van Pius, ging paus Benedictus XVI voor in een eucharistieviering ter nagedachtenis aan Pacelli. Daarin verwees Benedictus naar de controverse over Pius' rol in de oorlog, door opnieuw Golda Meir te citeren. Ook vroeg hij de gelovigen te bidden voor de voortgang van het proces van zaligverklaring.[8] Tijdens de Bisschoppensynode, die juist die dagen in Rome plaatsvond, sprak overigens ook Rabbijn Shear Yeshuv Cohen uit Haifa, die zijn teleurstelling uitsprak over het "zwijgen van Pius" tijdens de oorlog. Volgens de Rabbijn zou Pius niet moeten worden zaligverklaard.[9] De opmerkingen van de Rabbijn schoten overigens in het verkeerde keelgat van de Duitse pater-jezuïet Peter Gumpel, die als onderzoeksrechter al meer dan twintig jaar betrokken is bij de zaligverklaring van Pius. Hij noemde het "misplaatst" dat iemand die tijdens de bisschopensynode als "gast was uitgenodigd om over het Oude Testament te spreken, zijn positie gebruikte om kritiek te uiten op Pius XII en politiek te bedrijven"[10] Op 30 oktober 2008 maakte paus Benedictus XVI, in een gesprek met rabbijn David Rosen, voorzitter van het Internationaal Joods Comité voor Interreligieuze Consultatie, bekend dat de heiligverklaring van Pius nog tenminste op zich laat wachten tot de archieven van Pius' pontificaat openbaar gemaakt zijn. Een woordvoerder van het Vaticaan verklaarde daarop dat dat nog wel zeven jaar op zich zou laten wachten. Dit omdat het archief, dat bestaat uit zo'n 16 miljoen documenten, pas dan ontsloten zal zijn.[11] Tijdens een congres dat in Rome werd gehouden ter gelegenheid van Pius' vijftigste sterfdag, in november 2008, noemde kardinaal-staatssecretaris Tarcisio Bertone de verwijten dat Pius nalatig zou zijn geweest in de strijd tegen de Shoah "beledigend en historisch onhoudbaar". Bertone hekelde bij diezelfde gelegenheid de inmenging van buitenkerkelijke instanties in het proces van zaligverklaring dat - volgens Bertone - "een religiueze aangelegenheid (is) die door ieder gerespecteerd dient te worden".[12] Ter afronding van datzelfde congres releveerde paus Benedictus XVI het leergezag van paus Pius XII, dat "gekenmerkt (wordt) door de grote en heilzame wijdte, als ook door zijn buitengewone kwaliteit, zodanig dat men kan zeggen dat het een kostbare nalatenschap vormt waaraan de Kerk schatplichtig is geweest en dit blijft zijn." Ook zei de paus bij deze gelegenheid dat "de aandacht (de afgelopen jaren) op buitensporige wijze gericht (is) op slechts één problematiek, die veelal op eenzijdige wijze behandeld werd."[13] bewerk EncycliekenPius XII schreef 41 encyclieken, waaronder
bewerk Werken
bewerk Bibliografie
bewerk Zie ookbewerk Externe links
Pausen van de Katholieke Kerk
Petrus • Linus • Anacletus I • Clemens I • Evaristus • Alexander I • Sixtus I • Telesforus • Hyginus • Pius I • Anicetus • Soter • Eleuterus • Victor I • Zefyrinus • Calixtus I • Urbanus I • Pontianus • Anterus • Fabianus • Cornelius • Lucius I • Stefanus I • Sixtus II • Dionysius • Felix I • Eutychianus • Cajus • Marcellinus • Marcellus I • Eusebius • Miltiades • Silvester I • Marcus • Julius I • Liberius • Damasus I • Siricius • Anastasius I • Innocentius I • Zosimus • Bonifatius I • Celestinus I • Sixtus III • Leo I • Hilarius • Simplicius • Felix II (III) • Gelasius I • Anastasius II • Symmachus • Hormisdas • Johannes I • Felix III (IV) • Bonifatius II • Johannes II • Agapitus I • Silverius • Vigilius • Pelagius I • Johannes III • Benedictus I • Pelagius II • Gregorius I • Sabinianus • Bonifatius III • Bonifatius IV • Adeodatus I • Bonifatius V • Honorius I • Severinus • Johannes IV • Theodorus I • Martinus I • Eugenius I • Vitalianus • Adeodatus II • Donus • Agatho • Leo II • Benedictus II • Johannes V • Conon • Sergius I • Johannes VI • Johannes VII • Sisinnius • Constantinus I • Gregorius II • Gregorius III • Zacharias • Paulus I • Stefanus III (IV) • Adrianus I • Leo III • Stefanus IV (V) • Paschalis I • Eugenius II • Valentinus • Gregorius IV • Sergius II • Leo IV • Benedictus III • Nicolaas I • Adrianus II • Johannes VIII • Marinus I • Adrianus III • Stefanus V (VI) • Formosus • Bonifatius VI • Stefanus VI (VII) • Romanus • Theodorus II • Johannes IX • Benedictus IV • Leo V • Sergius III • Anastasius III • Lando • Johannes X • Leo VI • Stefanus VII (VIII) • Johannes XI • Leo VII • Stefanus VIII (IX) • Marinus II • Agapitus II • Johannes XII • Leo VIII • Benedictus V • Johannes XIII • Benedictus VI • Benedictus VII • Johannes XIV • Johannes XV • Gregorius V • Silvester II • Johannes XVII • Johannes XVIII • Sergius IV • Benedictus VIII • Johannes XIX • Benedictus IX • Silvester III • Benedictus IX • Gregorius VI • Clemens II • Benedictus IX • Damasus II • Leo IX • Victor II • Stefanus IX (X) • Nicolaas II • Alexander II • Gregorius VII • Victor III • Urbanus II • Paschalis II • Gelasius II • Calixtus II • Honorius II • Innocentius II • Celestinus II • Lucius II • Eugenius III • Anastasius IV • Adrianus IV • Alexander III • Lucius III • Urbanus III • Gregorius VIII • Clemens III • Celestinus III • Innocentius III • Honorius III • Gregorius IX • Celestinus IV • Innocentius IV • Alexander IV • Urbanus IV • Clemens IV • Gregorius X • Innocentius V • Adrianus V • Johannes XXI • Nicolaas III • Martinus IV • Honorius IV • Nicolaas IV • Celestinus V • Bonifatius VIII • Benedictus XI • Clemens V • Johannes XXII • Benedictus XII • Clemens VI • Innocentius VI • Urbanus V • Gregorius XI • Urbanus VI • Bonifatius IX • Innocentius VII • Gregorius XII • Martinus V • Eugenius IV • Nicolaas V • Calixtus III • Pius II • Paulus II • Sixtus IV • Innocentius VIII • Alexander VI • Pius III • Julius II • Leo X • Adrianus VI • Clemens VII • Paulus III • Julius III • Marcellus II • Paulus IV • Pius IV • Pius V • Gregorius XIII • Sixtus V • Urbanus VII • Gregorius XIV • Innocentius IX • Clemens VIII • Leo XI • Paulus V • Gregorius XV • Urbanus VIII • Innocentius X • Alexander VII • Clemens IX • Clemens X • Innocentius XI • Alexander VIII • Innocentius XII • Clemens XI • Innocentius XIII • Benedictus XIII • Clemens XII • Benedictus XIV • Clemens XIII • Clemens XIV • Pius VI • Pius VII • Leo XII • Pius VIII • Gregorius XVI • Pius IX • Leo XIII • Pius X • Benedictus XV • Pius XI • Pius XII • Johannes XXIII • Paulus VI • Johannes Paulus I • Johannes Paulus II • Benedictus XVI
|
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |