|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, meestal afgekort tot vmbo, is een van de vier vormen van voortgezet onderwijs in Nederland. Het vmbo bestaat sinds 1999. Het vmbo sluit, net als de havo en het vwo, aan op de basisschool, en duurt vier jaar (leeftijd: 12-16 jaar). Van alle scholieren in het voortgezet onderwijs in Nederland zit meer dan zestig procent op het vmbo. VSO-scholen (Voorgezet Speciaal Onderwijs) geven ook dit onderwijs, dat dan 4 of 5 jaar duurt (leeftijd: 12-17,18,19 of 20 jaar). De scholieren op het vmbo worden wel vmbo'ers of vmbo-leerlingen genoemd. In Vlaanderen komt het beroepssecundair onderwijs daarmee overeen.
bewerk OntstaansgeschiedenisDe plannen voor het vmbo werden ontwikkeld door PvdA-staatssecretaris Netelenbos, tijdens het Kabinet-Kok I. In 1999 voerde het Kabinet-Kok II de onderwijsvorm daadwerkelijk in. Het was een samenvoegsel van de bestaande leervormen het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo), het lager beroepsonderwijs (lbo), het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs (mavo) en sommige vormen van voortgezet speciaal onderwijs.[1]. bewerk LeerwegenHet vmbo biedt vier leerwegen in het voortgezet onderwijs die toeleiden naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Deze hebben de oude differentiatie van onderwijsvormen vervangen. De leerwegen binnen het vmbo verschillen vooral in de mate waarin de praktijk een plaats heeft in het onderwijs. Van meest praktisch naar meest theoretisch gerangschikt zijn de volgende leerwegen te onderscheiden: De basisberoepsgerichte leerweg (BB). Deze leerweg is bestemd voor leerlingen die vooral praktisch ingesteld zijn. Qua theoretische belasting is deze leerweg minder zwaar dan de kaderberoepsgerichte leerweg. Vandaar ook de benaming: basisberoepsgerichte leerweg. De leerlingen doen examen in vier algemene vakken en een beroepsgericht vak. Het examenprogramma voor deze leerweg is minder uitgebreid en meer praktisch dan dat van de andere leerwegen. De kaderberoepsgerichte leerweg (KB). Deze leerweg wordt net als de basisberoepsgerichte leerweg gegeven op de vroegere VBO’s. Deze leerweg is voor leerlingen die theoretische kennis het liefst opdoen door praktisch bezig te zijn. De benaming verwijst naar het feit dat de leerlingen al bezig zijn met een opleiding die in zijn geheel gericht is op een functie op kaderniveau (niveau 3 of 4 in het mbo). De leerling doet examen in vier algemene vakken en een beroepsgericht vak of programma met een omvang van 960 uur. De kaderberoepsgerichte leerweg kan vaak ook geassocieerd worden met de voormalige vbo-mavo-c. Hierin wordt vooral mavo-c bedoeld, tussen vmbo-kbl examens/lesstof en vmbo-tl examens/lesstof zijn er vaak overeenkomsten in de vragen en de moeilijkheidsgraad ervan.
De gemengde leerweg (GL). Deze leerweg is bedoeld voor leerlingen die op zich weinig moeite hebben met studeren, maar zich ook al gericht willen voorbereiden of oriënteren op bepaalde beroepen. De benaming ‘gemengde leerweg’ betekent dus een combinatie van theoretisch (algemeen) en praktisch (beroepsgericht) onderwijs. Leerlingen doen examen in vijf algemene vakken, en een beroepsgericht vak. De gemengde leerweg is qua niveau gelijk aan de theoretische leerweg. Het programma en het examen van de algemene vakken zijn precies gelijk aan dat van de theoretische leerweg. Naast de vijf algemene vakken kiezen leerlingen een beroepsgericht programma van 320 uur. Dit bestaat uit een beroepsgericht vak binnen de sector die de leerling heeft gekozen, zoals het vak elektrotechniek binnen de sector techniek, of het vak verzorging binnen de sector zorg en welzijn. Er zijn, vooral in de gemengde leerweg, ook intersectorale programma's. Dat zijn beroepsgerichte programma's die breder zijn dan één sector.
De theoretische leerweg (TL) en de sectoren van de mavo hebben, samen met de gemengde leerweg, qua cognitieve vakken, het hoogste niveau. Deze leerweg is niet gericht op een bepaalde beroepskeuze. Vandaar de benaming ‘theoretische leerweg’. De leerlingen doen examen in zes algemene vakken zoals diverse talen, geschiedenis, wiskunde enzovoorts. bewerk SectorenHet vmbo is onderverdeeld in sectoren. Zo zijn er vier verschillende sectoren, nl.: Economie, Techniek, Zorg en Welzijn, Landbouw (de groene sector). Het onderwijs in de theoretische leerweg bestaat voor elke sector uit:
Het gemeenschappelijk deel van de theoretische leerweg omvat:
Het sectordeel van de theoretische leerweg omvat wat betreft:
Het vrije deel van de theoretische leerweg
bewerk Afdelingen/programma'sDe sectoren vbo zijn weer onderverdeeld in afdelingen/programma's, zoals:
De theoretische leerweg lijkt het meest op de oude mavo-D. Evenals de oude mavo kent de theoretische leerweg geen praktische vakken. De basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen lijken op het oude vbo (voorbereidend beroepsonderwijs), maar heeft in vergelijking met het vbo meer theoretische vakken. Het vmbo is geen eindopleiding. Het vmbo bereidt leerlingen voor op een vervolgopleiding (mbo). Een groter praktijkgehalte betekent niet automatisch een lager niveau. Zo leiden de kaderberoepsgerichte, de gemengde en de theoretische leerweg in principe op naar hetzelfde niveau van vervolgopleidingen in het mbo. In de praktijk komen leerlingen uit de kaderberoepsgerichte leerweg wel vaker op een lager niveau terecht. Tussen de gemengde en de theoretische leerweg is er geen enkel niveauverschil. bewerk Aantal leerjarenIn de eerste twee leerjaren volgen de leerlingen de basisvorming. In het derde en vierde leerjaar van het vmbo maken de leerlingen toetsen en praktische opdrachten, die meetellen voor het schoolexamen. Welk gedeelte van de stof wanneer en hoe getoetst wordt en de weging van die toetsen wordt van te voren vastgelegd in het programma van toetsing en afsluiting, PTA. Dit PTA moet elk jaar voor 1 oktober bij de Inspectie zijn ingeleverd. Aan het einde van het vierde jaar zijn er praktische en schiftelijke eindexamens. De BB-leerlingen krijgen voor de beroepsgerichte vakken het zogenaamde cspe (centraal schriftelijk en praktisch examen) en de KB-leerlingen krijgen voor het beroepsgerichte programma een cie (centaal integratieve eindtoets). Bovendien voor het theoriedeel nog een cse (centraal schriftelijk examen). Met ingang van het examen 2006 kan de school echter voor de KB-leerlingen ook kiezen voor een cspe. Het examen voor de avo-vakken (algemeen vormend onderwijs) worden voor zowel BB- als de KB-leerlingen schriftelijk afgenomen. In 2006 zijn scholen in de gelegenheid gesteld om aan een pilotproject mee te doen, waarbij voor de basisberoepsgerichte leerweg de avo-vakken met behulp van een computer worden afgenomen. Met ingang van het examen 2008 is dit verplicht. bewerk BegeleidingVoor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben voor het behalen van een diploma in een van de leerwegen van het vmbo is er het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). bewerk Het nieuwe lerenMet ingang van het schooljaar 2005-2006 is een begin gemaakt met Het nieuwe leren. Hierbij wordt van de leerling veel meer zelfstandig werken verwacht. Er wordt niet meer klassikaal lesgegeven, maar op grote open sectorpleinen, werken diverse groepjes of individuele leerlingen aan hun ontwikkeling. De docent wordt hier werkmeester of leermeester genoemd. In Vlaanderen wordt dit Beroepssecundair onderwijs (BSO) genoemd. bewerk Bronvermelding
|
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |